Gatentekst

dna invuloefening

Vul de gaten in. Druk dan op "Controleren" om je antwoorden te controleren. Gebruik de "Hints"-knop om een extra letter te krijgen, wanneer je het lastig vindt om een antwoord te geven. Je kunt ook op de "[?]"-knop drukken om een aanwijzing te krijgen. Let op: je verliest punten wanneer je hints of aanwijzingen vraagt!
DNA regelt niet alleen zijn eigen verdubbeling, maar ook het functioneren van de cel. De functionele eenheden van DNA zijn de?. Volgens de hypothese van een-gen / een-eiwit regelt elk gen de synthese van een? of?. Een enzym beheerst een chemische reactie in een cel; en die reactie bepaalt weer een eigenschap van een organisme. Aangezien eiwitten soms bestaan uit twee of meer verschillende polypeptideketens, die elk hun eigen? op het DNA hebben, heeft de hypothese een nieuwe vorm gekregen: een-gen / een-polypeptide . Gedurende de? gaan de twee nucleotidestrengen van DNA gedeeltelijk uit elkaar en gaat 1 streng als matrijs dienen voor de opbouw van enkelstrengs?. De volgorde van de? in het mRNA bepaalt de volgorde waarmee? aan elkaar gekoppeld moeten worden tijdens de eiwitsynthese of?. Het mRNA gaat nu vanuit de celkern via de? en/of het? naar het cytoplasma en hecht zich aan de?. De genetische code van het mRNA moet nu in een aminozuurvolgorde worden omgezet. Een codon of code-eenheid van nucleïnezuren is drie? lang. Gedurende translatie brengt?-RNA of tRNA een eigen, specifiek aminozuur uit het cytoplasma naar een ribosoom dat het mRNA aan het aftasten is. Het eerste aminozuur waarmee de keten begint is het, met als mRNA-code AUG, met als DNA triplet dus?. Elk tRNA hecht zich aan een mRNA codon dat complementair is aan de anti-codon van het tRNA. Zo wordt tegen het mRNA een bepaalde opeenvolging van tRNA’s afgezet, en daarmee een aantal aminozuren in bepaalde volgorde die vervolgens met een? aan elkaar worden gekoppeld. Zodra het ribosoom een? in het mRNA tegenkomt, laat de gevormde peptideketen los van het ribosoom. Veranderingen in de genetische informatie in het DNA heten?; daardoor ontstaan nieuwe?. Er bestaan verschillende varianten van mutaties: additie, deletie en?. Ze kunnen door allerlei chemicaliën en mutagene straling ontstaan. Er is een sterk verband tussen mutatieverwekkende en kankerverwekkende eigenschappen van een stof. Bacteriën hebben vaak naast hun ringvormige chromosoom nog kleine ringvormige DNA-moleculen die worden genoemd. Deze zitten in het celplasma en kunnen zich zelfstandig verdubbelen. Plasmiden zijn te gebruiken om genen van het ene soort organisme over te brengen naar de cel van een ander soort. Deze techniek werkt met specifieke knipenzymen, de?. Deze enzymen knippen in het DNA bij specifieke basenvolgordes. De techniek wordt?-DNA technologie genoemd. Door aan plasmiden nieuw genetisch materiaal toe te voegen en dit nieuwe geheel in een bacteriecel binnen te laten dringen, wordt deze bacterie voorzien van vreemde genen. Zo’n bacterie wordt dan een? organisme genoemd.
?